Biddend bijbellezen

Lees meer...

Nieuwsbrief november 2011

Vieringen

De Heikese Kerk is de kerk van de parochies Allerheiligst Sacrament en Binnenstad in Tilburg.

Ieder weekend zijn er 2 Heilige Missen in de Heikese Kerk:

zaterdag om 18.30 uur
zondag om 10.30 uur

Daarnaast is er elke dag van maandag t/m zaterdag een Heilige Mis in de kapel Onze Lieve Vrouwe ter Nood om 12.00 u.

Klik hier voor informatie over parkeergelegenheid.

Hieronder vindt u een overzicht van de vieringen in de komende tijd:

31 december en 1 januari Oud- en Nieuwjaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met koor Decor
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
7 en 8 januari Openbaring des heren (Driekoningen)
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
Aansluitend Nieuwsjaarsreceptie in de pastorie
14 en 15 januari 1e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Installatieviering Parochie De Goede Herder
Met alle koren van Parochie De Goede Herder
21 en 22 januari 2e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. 240-jarig bestaan van ‘t Heikes mannenkoor
28 en 29 januari 3e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met Riels koor
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes mannenkoor
4 en 5 februari 4e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
11 en 12 februari 5e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met koor Decor (Huwelijkszondag)
18 en 19 februari 6e zondag door het jaar
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
22 februari Aswoensdag
Woensdag 18.30 u. Eucharistieviering met askruisje
25 en 26 februari 1e zondag van de vasten
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met Riels koor
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes mannenkoor
3 en 4 maart 2e zondag van de vasten
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
10 en 11 maart 3e zondag van de vasten
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heilige Geest koor uit Goirle
17.00 u. Engelse mis
17 en 18 maart 4e zondag van de vasten
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
24 en 25 maart 5e zondag van de vasten
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met Riels koor
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes mannenkoor
31 maart en 1 april Palmzondag
Zaterdag 18.30 u. Eucharistieviering met samenzang en Palmwijding
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met Heikes gemengd koor
16.30 u. Bach-cantates
3 april Boeteviering
Dinsdag 18.30 u. Boeteviering als voorbereiding op Pasen
5 april Witte donderdag
Donderdag 18.30 u. Eucharistieviering met ‘t Heikes mannenkoor
6 april Goede Vrijdag
Vrijdag 15.00 u. Kinderkruisweg (tableau vivant)
18.30 u. Herdenking van Christus’ lijden met ‘t Heikes mannenkoor
7 april Stille Zaterdag - Paaswake
Zaterdag 21.00 u. Paaswake met koor Decor
8 april Hoogfeest van Pasen, de verrijzenis van de Heer
Zondag 10.30 u. Eucharistieviering met ‘t Heikes Gemengd koor
(geen Engelse mis om 17.00 u.)

heikese kerk

25 december 2011: Hoogfeest van Kerstmis

Rond Kerstmis zijn er vele boodschappen, toespraken die uitgesproken worden door staatshoofden, regeringsleiders en allerlei instanties. Er zijn ook boodschappen die vanuit de winkel worden meegedragen in dozen en tassen, kerstboodschappen: allerlei cadeaus en cadeautjes en lekker eten. En er is ook nog de reclame die een boodschap heeft voor ieder van ons in allerlei kleuren en vormen. Al die boodschappen zijn min of meer nodig, maar ze staan in de schaduw van de Boodschap van het Evangelie. Vandaag wordt de Blijde Boodschap die de Aartsengel Gabriël gebracht heeft aan Maria, zichtbaar in een Kind.

Elk jaar staan we als Christen met Kerstmis stil bij de meest unieke gebeurtenis die ooit gebeurd is: God is mens geworden. God maakte zo Zijn belofte waar, Hij is van den hoge neergedaald en naar ons toegekomen om ons menselijke leven te delen. Jezus Christus. De mooie dingen van het leven, maar ook al wat moeilijk is, heeft Jezus ook meegemaakt: van de kribbe tot het Kruis. Vandaag gedenken we de geboorte van God in de tijd, een Blijde Boodschap. Toch is Kerstmis geen jaarlijks terugkerende kraamvisite of verjaardagsfeestje. We herdenken wel de geboorte van Jezus in het verleden, maar Jezus is geen Kind gebleven, we kijken ook naar de toekomst: eens zal Hij wederkomen om te oordelen levenden en doden. We kijken ook naar vandaag; als wij ons hart voor de Heer Jezus openzetten gebeurt er iets in ons hart. Als wij de Heer ontmoeten leren we Hem ten volle kennen: Hij houdt van ons, Hij is barmhartig, Gods liefde is sterker dan al wat negatief is in deze wereld. Een Blijde Boodschap dus. Je ziet de Blijde Boodschap van Jezus bijna nergens meer: geen reclameboodschap, geen boodschappen in de winkel; je hoort het bijna nergens meer: niet op radio of tv, ook in de toespraakjes van allerlei goedmenende hoofden en andere leiders horen we niet veel over Jezus. Toch klinkt vandaag de Blijde Boodschap: God is mens geworden, Jezus Christus. We kijken vandaag naar het verleden en de toekomst. We kijken ook naar vandaag.

Vandaag zou ik een verhaal willen vertellen van enkele Christenen in een communistische gevangenis. In een cel zaten enkele gevangenen, allen diepgelovige Christenen. Er was ook een priester bij. Het enige misdrijf was dat ze geloofden in Jezus Christus en in Zijn Blijde Boodschap. Toen Kerstmis naderde hadden ze allemaal het verlangen om een kribje met het Kindje Jezus in hun midden te hebben, zoals thuis. Maar… waar zouden ze dat vandaan halen? Hoe zou een Kindje Jezus in hun cel komen? Plotseling had één van hen een idee: ze zouden van brood, vermengd met water, een Kerstkindje kunnen boetseren. Er zat toch een beeldhouwer bij hen! Allen vonden dat een geweldig idee. Maar… dat betekende wel dat ze allemaal wat minder moesten eten, en ze kregen al zo weinig! Dat offer wilden ze brengen. Na een tijdje hadden ze genoeg brood verzameld en de beeldhouwer ging aan het werk. Het resultaat was zéér goed gelukt: een echt Kerstkindje Jezus dat zijn armpjes weid uitstrekte. De vreugde was groot, nu zouden ze écht Kerstmis kunnen vieren. Ze legden het Kindje op stro, alles was klaar voor de viering. Maar vlak vóór de Kerstviering begon, werd de deur van de cel opengegooid, een 23-jarige jongen werd ruw de cel ingegooid. Hij viel op de grond van uitputting. De gevangenen probeerden hem op zijn benen te zetten, maar hij zakte iedere keer in elkaar, hij was uitgehongerd. Zou hij de nacht overleven? Alle celgenoten keken elkaar aan, niemand zei een woord, maar ze begrepen elkaar. Ze knikten naar elkaar en toen stond de priester op, nam het Jezuskindje van het stro en gaf het aan de jonge kameraad. Deze at van het brood en kwam weer op krachten. Zoals nooit tevoren hadden ze begrepen, wat het betekent dat Jezus voor ons ‘Levend Brood’ geworden is om onze Redder te zijn. Tot zover het verhaal.

Welke lessen kunnen we eruit halen? Vandaag kijken we naar het verleden en de toekomst én naar wat de Heer vandaag voor ons doet. Het kleine Kind Jezus van toen is de Heer van de toekomst én van vandaag. Hij heeft gezegd: “Zie, Ik ben met u, alle dagen tot aan de voleinding van de wereld” (Mt.28,20b). De Heer komt hier aanwezig in het Brood, in de Communie om voor ons ‘Levend Brood’ te zijn om ons van binnenuit te bezielen tot liefde en vrede in de wereld. Geloven wij deze Blijde Boodschap? Vandaag, Kerstmis 2011, stel ik u en mezelf de vraag: durf ik, durft u geloof te hechten aan God en Zijn aanwezigheid in ons midden? Hij komt hier aanwezig in de Communie en we mogen ons leven bouwen op de Blijde Boodschap van Jezus Christus. Hij nodigt ons uit om Gods liefde te delen met andere mensen. Daarom, laten wij bidden dat ik, u, wij, vele medemensen, verbonden mogen leven met Jezus Christus, zodat ze zelf een Blijde Boodschap worden in deze wereld. Zalig Kerstmis. Amen.

18 december 2011: Voorleesbrief van de R.K. bisschoppen van Nederland voor de gelovigen in onze bisdommen

Broeders en zusters,

“kwetsbaar en klein” is God bij ons gekomen, zo klinkt het in de eerste prefatie van de Advent.
Wij vieren met Kerstmis dat in het Kind van Bethlehem God zelf onder ons heeft willen wonen.
Onze hemelse Vader vertrouwt zijn Zoon toe aan Maria en Jozef. Bij hen is Jezus veilig en geborgen, ook tijdens de angstige en onzekere dagen in zijn kindertijd.

Kinderen zijn vooral “kwetsbaar en klein”. In onze tijd zijn wij er meer dan ooit van doordrongen geraakt, hoe essentieel het voor een kind is om veilig en in liefde te kunnen opgroeien. Dat besef is vooral toegenomen door verhalen van mensen die als kind seksueel zijn misbruikt.

Als Katholieke Kerk in ons land zijn wij de laatste maanden ook geconfronteerd met schrijnende verhalen van mensen die als kind seksueel misbruikt zijn door priesters, religieuzen en andere medewerkers van de Kerk, vooral in de internaten tussen 1945 en 1980.
Als bisschoppen hebben we samen met de Konferentie Nederlandse Religieuzen begin 2010 besloten tot een onafhankelijk onderzoek naar het seksueel misbruik van minderjarigen dat over de periode 1945 tot heden binnen onze Kerk heeft plaatsgevonden. Daartoe hebben wij oud-minister drs. Wim Deetman bereid gevonden om met een aantal wetenschappers dit onderzoek te verrichten. De waarheid, hoe pijnlijk die ook kan zijn, gaat vóór alles. Wij willen als Kerk het leed erkennen dat op deze wijze is aangericht en dat slachtoffers hun hele leven met zich mee dragen.

Afgelopen vrijdag is het eindrapport door de ‘Commissie Deetman’ gepresenteerd.
Dit rapport laat zien hoe in de afgelopen 65 jaar een aantal minderjarigen die aan de zorgen van vertegenwoordigers van de Kerk was toevertrouwd, slachtoffer werd van seksueel misbruik. Wij zijn geschokt door het gedrag van de daders. Het doet pijn dat er onder priesters en religieuzen wier roeping het nu juist was om door hun voorbeeldige leven anderen tot God te brengen en hen te hoeden en te beschermen, een aantal is geweest dat het vertrouwen van kwetsbare minderjarigen heeft beschaamd. Mensen zijn voor hun verdere leven beschadigd. Hun basisvertrouwen is vaak geknakt en dit heeft ook voor hun naasten vaak pijnlijke en negatieve gevolgen met zich mee gebracht. Dat dit binnen de Kerk kon gebeuren, is verschrikkelijk. Wij veroordelen het ten zeerste en het spijt ons uit de grond van ons hart!
Wij zijn diep beschaamd voor de momenten waarop een aantal verantwoordelijken van de Kerk niet de juiste maatregelen heeft getroffen om het leed te doen stoppen.
Wij zijn getroffen door de moed van slachtoffers om na vele jaren alsnog hun verhaal te doen.
Velen van hen droegen een geheim bij zich dat jarenlang verzwegen bleef. Er was geen ruimte voor hun pijn, woede en verdriet. Er rustte een groot taboe op seksueel misbruik van minderjarigen, zeker door geestelijken. Veel slachtoffers hebben er ook niet eerder over gesproken om hun ouders geen verdriet te doen, die met de beste bedoelingen hun kind naar een internaat hadden gebracht of actief lieten zijn in de kerk.
Het gaat in de overgrote meerderheid van de gevallen om misbruik uit het verleden, al weten wij dat de wonden daarvan nog steeds worden gevoeld.

Sinds 1995 kende de Katholieke Kerk in ons land een kerkelijke stichting voor de behandeling van klachten van seksueel misbruik: ‘Hulp & Recht’. Maar toen er vanaf februari 2010 vele schokkende verhalen in een korte tijd naar buiten kwamen, bleken ook de door onze Kerk opgezette hulpverlening en procedures, ondanks de grote inzet en goede bedoelingen, niet voldoende adequaat. Op advies, verstrekt door de ‘Commissie Deetman’ in eerder gepubliceerde tussenrapporten, is een onafhankelijke stichting naar Nederlands recht opgericht, waaronder een meldpunt, een klachtencommissie en een platform hulpverlening vallen. Binnen dit kader is tevens gevolg gegeven aan de aanbeveling van de ‘Commissie Deetman’ om het onderzoek van klachten van seksueel misbruik en het hulpverleningsaanbod van elkaar te scheiden.

Tijdens het onderzoek van de ‘Commissie Deetman’ is er namens de bisschoppen en de Nederlandse religieuzen diverse keren gesproken met slachtoffergroepen en is er hard gewerkt om zorgvuldige regelingen te treffen om slachtoffers in contact te brengen met hulpverleners. Bisschoppen en religieuze oversten hebben ook zelf gesproken met slachtoffers. Ook zijn op het terrein van de compensatie onafhankelijke deskundigen ingeschakeld en is er met hen door ons uitvoerig overleg gevoerd en zijn er compensatieregelingen getroffen.

Gedurende het onderzoek was het belangrijk dat eerst voor de slachtoffers werd gezorgd en dat imperfecte systemen verbeterd werden. Op grond van de tussenrapportages van de ‘Commissie Deetman’ is er nu een nieuw meldpunt gekomen, dat de achterstand van de afgelopen jaren bij
‘Hulp & Recht’ in hoog tempo verwerkt.
Maar ook de verheldering van de achtergronden van het misbruik is van belang. De uitkomsten van het wetenschappelijk deel van het onderzoek van de ‘Commissie Deetman’ zullen we de komende weken bestuderen in het licht van de vraag hoe wij als kerkelijke leiders het beste kandidaten voor pastorale bedieningen en het religieuze leven kunnen beoordelen en begeleiden.
Al de nodige jaren wordt er een gedegen aannameprocedure gehanteerd voor priesterkandidaten en allen die in het pastoraat in onze parochies werkzaam willen zijn. Bestaande gedragsregels worden opnieuw tegen het licht gehouden en zo nodig geïntensiveerd.

Broeders en zusters, wij zijn geconfronteerd met de verhalen over seksueel misbruik van minderjarigen in de Kerk . Misschien heeft u zelf als minderjarige hier mee te maken gehad. Dat is ongetwijfeld pijnlijk en zwaar.
En veel priesters, diakens, pastoraal werkers en pastoraal werksters alsook parochiebestuurders en andere vrijwilligers hebben te maken gehad met reacties van parochianen en van anderen. Dit heeft veel pastorale zorg en aandacht gevraagd. Wij waarderen de pastorale zorg en aandacht die is gegeven zeer.

Wij vonden het pijnlijk ook voor de grote meerderheid van onze priesters en religieuzen die wel leefden en leven naar hun roeping en wier werkzaamheden zegenrijk zijn geweest of nog steeds zijn. Wij zouden de waarheid onrecht aandoen als wij ook dit niet voor ogen houden. Tot hen zeggen wij: wij hebben groot respect voor uw blijvende toewijding en inzet.

Tot besluit vragen wij om uw gebed. Allereerst voor de slachtoffers: dat de Heilige Geest hen mag sterken, om hun wonden te verzachten en genezen. Voor de Kerk en haar leiders: dat Gods Geest van wijsheid en moed ons mag helpen in de verantwoordelijkheid en zorg die wij dragen. En wij vragen gebed voor de daders van seksueel misbruik van minderjaren: dat zij tot besef komen van hun schuld en oprecht zoeken naar vergeving en bekering.

In de Advent, zusters en broeders, zien wij uit naar de komst van de Verlosser.
Met Maria willen wij open staan voor Hem die ons altijd vernieuwt, als Kerk en persoonlijk,
Hij die bij ons woont, vooral in hen die zijn “kwetsbaar en klein”.

De R.K. Bisschoppen van Nederland:

Mgr. dr. W.J. Eijk, aartsbisschop van Utrecht
Mgr. dr. J.H.J. van den Hende, bisschop van Rotterdam, apostolisch administrator van Breda
Mgr. drs. A.L.M. Hurkmans, bisschop van ’s-Hertogenbosch
Mgr. dr. G.J.N. de Korte, bisschop van Groningen-Leeuwarden
Mgr. dr. J.W.M. Liesen, bisschop-elect van Breda, hulpbisschop van ’s-Hertogenbosch
Mgr. dr. J.M. Punt, bisschop van Haarlem-Amsterdam
Mgr. F.J.M. Wiertz, bisschop van Roermond
Mgr. J.G.M. van Burgsteden s.s.s., emeritus-hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam
Mgr. dr. J.W.M. Hendriks, hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam
Mgr. mr. drs. Th.C.M. Hoogenboom, hulpbisschop van Utrecht
Mgr. dr. E.J. de Jong, hulpbisschop van Roermond
Mgr. drs. R.G.L.M. Mutsaerts, hulpbisschop van ’s-Hertogenbosch
Mgr. drs. H.W. Woorts, hulpbisschop van Utrecht

Utrecht, 18 december 2011

11 december 2011: Gaudete

Het is vaak gemakkelijker om “ja” te zeggen dan “nee”. Bij een “ja” krijg je een positieve reactie en je wint er vriendschap mee en je hulp wordt gewaardeerd. Er kan van alles aan je gevraagd worden. Interessant is tegen wie we “ja” zeggen en tegen wie “nee”.
Het is makkelijker voor ons als we een compliment geven, en te zeggen dat je het goed gedaan hebt en dat je goed leeft.

Maar in de kerk krijg je niet altijd complimenten. Er wordt opgeroepen om je levensstijl te toetsen aan het evangelie. Het is populair om te zeggen dat God alles goed vindt wat je doet. Maar dan praat je mensen naar de mond en dat is niet eerlijk.

Johannes de Doper is iemand die niemand naar de mond praat, zelf Herodus niet, die een ongeoorloofd huwelijk aanging. En dat is Johannes duur te komen staan. Hij werd onthoofd. Hij zei niet wat mensen graag willen horen maar wat God van hem wilde. Het evangelie noemt hem ook een “gezondene van God”, dat is de identiteit van Johannes de Doper.

Is God tevreden over ons gedrag? We geven onszelf gemakkelijk een voldoende. Dan zou Johannes geantwoord hebben: “Bekeer je”. Is er toekomst voor je? Wel als je jezelf bekeert.
Johannes de Doper zet de schijnwerpers niet op zichzelf, maar op Jezus Christus. Niet hij was het licht maar hij moest getuigen van het licht. “Ik ben niet waardig de riem van Zijn sandalen los te maken”, zegt Johannes de Doper.

Johannes is voor ons een eerlijke wegwijzer. “Maak de paden recht”, zegt hij. Een blijde boodschap is dit op de zondag Gaudete.

Het is een interessant stukje uit het Evangelie. De priesters en Levieten kwamen uit Jeruzalem om erachter te komen wie deze Johannes de Doper was, en vroegen zich af of hij de Messias was.
Het is waarschijnlijk een vrij nauwkeurige beschrijving van de gebeurtenissen. Die andere Johannes, Johannes de Evangelist, was een leerling van Johannes de Doper. Vandaar alle details over de ondervraging. Een paar verzen verder wordt door Johannes vermeld: “Zie het Lam van God”.

Het is een klein, maar heel interessant detail in dit verhaal. Het is bijna grappig. “Ben je de Messias?” “Nee, die staat naast mij”, antwoordt Johannes, zo van: “Dat had je niet gezien”. Wie zegt dat er geen humor in de Evangeliën staat?

De priesters en Levieten stelden Johannes drie vragen:
-“Bent u de Christus?”
-“Bent u Elia?”
-“Bent u de profeet?”

Daarna vragen ze: “Als u niet de Christus, of Elia of de profeet bent, waarom bent u dan aan het dopen?”
Johannes beantwoordde de eerste drie vragen heel eerlijk door te zeggen,: “Nee dat ben ik niet”.

Toch zaten de priesters en Levieten er niet zo ver naast. Want Elia zou terugkeren als een directe voorloper van de Messias. En bij de Verheerlijking op de berg Tabor is Elia er. “Elia is gekomen”, zegt Jezus bij die gebeurtenis.

Bij de vierde vraag van de priesters en Levieten: “Waarom doopt u?” antwoordt Johannes niet direct, maar verklaart dat de Messias er al is. Hij zegt: “Hij staat midden onder U. Hij staat bij jullie. Maar jullie zien hem niet”.

Dit is iets om over na te denken. Waar herken ik de Heer in mijn leven? Daarbij is kennis niet voldoende; dat hadden de Levieten en de priesters uit die tijd ook niet. Waar staat Hij naast mij? Dit vraagt wat reflectie van ons; juist in de Advent. Misschien helpt het om er met elkaar over te praten. Daarvoor moeten we waarschijnlijk een drempel over en elkaar vragen: “Wat beweegt je in het geloof? Wat is je motief en waar ervaar je dat je door God gedragen wordt? Is er meer dan materiële dingen, of hebben we een gebedsverhoring gekregen?” Of: “Is Hij nog verborgen voor ons? Is Hij Iemand die aan het licht moet komen?” We kunnen een Johannes zijn voor de ander door hem of haar naar de Heer te verwijzen, en zelf te getuigen waar we Hem hebben herkend in het leven.

Dan staat God midden onder ons en is Hij in ons. En God komt dichterbij; juist met de Advent.
Amen.

4 december 2011: De Heer komt - sleutelen aan onszelf - meer ‘body’

Wanneer men op bedevaart naar Jeruzalem of naar Santiago de Compostella gaat, na honderden of soms duizenden kilometers, komt er een vreugdevol moment als men het doel van de bedevaart ziet. Velen worden emotioneel, een kippenvelmoment, uiterlijk of innerlijk barst men in gejuich uit. Zoiets gebeurt er ook in het Evangelie van vandaag: heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem gaan naar Johannes de Doper. Ze luisteren naar hem. Beste mensen, Wij mogen ons vandaag ook laten aanspreken door Johannes de Doper. Ik weet niet of u er emotioneel van wordt, of er kippenvel van krijgt, maar Johannes de Doper is degene waar honderden jaren eerder naar verwezen wordt door de profeet Jesaja: “Zie, Ik (die ‘Ik’ is God), Ik zend mijn bode voor u uit die voor u de weg zal banen; een stem van iemand in de woestijn”: Johannes de Doper ! Hij zegt met de profeet Jesaja: “Uw God is op komst”. Jezus komt, Hij wordt geboren met Kerstmis. Het is geen verjaardagsfeestje, neen, Jezus wordt op mystieke wijze opnieuw geboren als wij ons hart voor Hem openen. De Heer wil leven in ons hart, groots en goed.

Wij zijn hier in de Kerk en wij mogen ons in deze Adventsperiode voorbereiden op Kerstmis, de geboorte van Jezus. Wij mogen ons vandaag in alle eerlijkheid afvragen: Bemin ik Jezus Christus? Hoe staat het met mijn geloof? We lezen in de kranten: “Je moet modern zijn, de Kerk moet zich aanpassen, aanpassen aan ‘de geest van de tijd’ (verschrikkelijk woord vind ik dat: ‘de geest van de tijd’), je moet toch in de mode blijven” zegt men, “en meegaan met je tijd”. Broeders en zusters, Wat zullen wij, Christenen, allemaal nog moeten opgeven en aanpassen om aanvaard te worden door de wereld. Zal de wereld, de geest van de wereld, de geest van de tijd, ons aanvaarden als we volledig ‘aangepast’ zijn? Heb ik me ondertussen zo sterk ‘aangepast’ dat ik plat onder de deur kan doorgeschoven worden, zonder profiel, zonder karakter, zonder ruggengraat, zonder kracht? Volgens mij moeten we eerder het tegenovergestelde doen. De geschiedenis van de Kerk leert ons dat de Christenen die zich niet aangepast hebben, die het verbond met God trouw gebleven zijn, dat juist zij de dragers van hoop geworden zijn voor ‘aangepaste en wereldse’ tijdgenoten. Vaak kost het iets om trouw te blijven. Denk maar aan de Christenen in de Communistische tijd of in landen waar de Islam de grootste godsdienst is. Die trouwe Christenen zijn grote geloofsgetuigen in onze tijd. Maar er zijn ook mensen dichter bij huis die getuigen van geloof. Zo hoorde ik onlangs een student aan de universiteit: “Kapelaan, ik ben gelovig, maar ik ben wel wat eenzaam hier”. Dat is de situatie van vele jonge Katholieken vandaag bij ons. Het vraagt moed, het vraagt sterkte, het vraagt gebed, zodat jonge mensen, in een omgeving waarin het vanzelfsprekend is dat men zich aanpast, dat men leeft ‘zoals iedereen’, stand houden in het geloof en leven volgens het geloof. Tegenwoordig moet een Katholiek heldenmoed hebben.

Het is duidelijk dat de Hemel ons te hulp komt en ons sterk wil maken. De Hemel wil ons bemoedigen met kracht uit den hoge. We kunnen zeggen: de Hemel én de Kerk wil ons gelukkig maken en hoopt dat wij zouden inzien wat ons echt gelukkig maakt. Zonde brengt ongeluk, is ongeluk, maar wordt in onze tijd als geluk verkocht. Vele mensen overtuigen zichzelf dat zonde geluk is, en zo zullen ze het nooit vinden. God wil ons zijn geluk, zijn liefde geven. De profeet Jesaja roept ons vandaag op: “Baan een weg voor de Heer, effen voor onze God een baan in de woestijn, elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel (…) alle oneffenheden moeten vlak worden”. De adventsperiode is een periode dat we kunnen sleutelen aan onszelf en aan ons Katholiek geloof; we krijgen weer profiel en karakter en een stevige ruggengraat, we krijgen weer ‘boddy’ zodat we niet onder de deur doorgeschoven kunnen worden.

Ik wil eindigen met een verhaal. In 1881 was er een echtpaar in Tahiti dat Katholiek werd. Na hun doop gingen ze wonen in hun geboortedorp op een eiland, 6000 km van Tahiti en spraken met hun dorpelingen over Jezus Christus. Ze deden dat met zoveel vuur dat velen zich bekeerden. Ze bouwden samen een kerk in de hoop dat er spoedig een priester zou komen om de Mis te vieren. Ze schreven brieven naar de bisschop, maar het duurde nog acht jaar voor de eerste priester ernaartoe ging. Maar wat hadden ze tot die tijd gedaan? De Christenen die op hun doopsel en de Communie wachtten, gingen elke zondag trouw naar het strand en richtten zich naar Tahiti, 6000 km verderop. Ze wisten dat daar de Mis werd gevierd en Jezus in de Heilige Communie aanwezig kwam. Ze lazen uit hun gebedenboeken alle gebeden van de Mis en tijdens de Consecratie viel er een stilte. Toen de eerste priester kwam lieten ze hem trots hun kerk zien, het altaar was er, maar de deur van het tabernakel stond wijd open. Ze wachtten op de komst van de Heer in de Communie.

Beste medechristenen,
Staat ons hart wijd open? Verwachten wij de Heer? Hij komt met Kerstmis. De periode vóór Kerstmis, in de Advent, kunnen we ons hart open zetten en, alles wat er teveel in is, opruimen. We kunnen sleutelen aan onszelf: “Baan de Heer een weg in de steppe (…) Uw God is op komst”. Amen.

27 november 2011: voorbereiden op zijn komst

Vandaag beginnen we aan het nieuwe liturgisch jaar. We lezen daarbij een nieuwe cyclus uit het evangelie. Dit jaar, het jaar B, lezen we het evangelie van Markus. Als u een goed geheugen hebt, kun je het nog van drie jaar geleden herinneren. Maar je hoort het elke keer weer als een nieuw verhaal, omdat wijzelf veranderen; hopelijk zijn we wijzer geworden. We hebben in die jaren nieuwe ervaringen opgedaan, en de omstandigheden zijn ook veranderd. Het evangelie van Marcus is direct in het taalgebruik en is daardoor misschien ook indringender. Met Marcus zijn we onderweg.

We beginnen aan de Advent. Advent is een tijd van verlangen; verlangen naar een betere wereld die voorspeld wordt. Er zijn andere en misschien meer zorgen dan in de jaren daarvoor. Economische zorgen zoals het behoud onze baan, de waarde van het geld, de politieke instabiliteit in de Arabische wereld, maar ook de zorgen in de Kerk zelf.

Maria en Jozef zijn direct na de geboorte van Jezus gevlucht. Herodus wilde het kind doden. Ze zijn gevlucht naar Egypte omdat Herodus hen naar het leven stond. “Waakzaam zijn”, horen we in het evangelie. Advent is een tijd van verwachting en van verlangend uitzien naar de Kerst zoals je in verwachting van je baby kunt zijn. Je bereidt je voor op de komst van je kind dat geboren gaat worden. Je gaat je voorbereiden omdat God zelf op komst is. Hij is op komst is in de wereld. God komt in mijn wereld, en wordt in mijn wereld geboren. Waakzaam zijn, niet omdat het onbekend zou zijn wanneer we kerstmis vieren want kerstmis ligt immers al vast. Maar we moeten waakzaam zijn omdat we niet weten wanneer en hoe de Heer in ons leven komt. We dragen daarin een verantwoordelijkheid. Misschien denken we dat God naar een ver land is vertrokken en niet meer in Nederland te vinden is, en dat Hij ons verlaten heeft. Vraag je jezelf af waar God is in je leven? En lijkt het wel alsof Hij alles aan ons heeft overgelaten? De huisbewaarder in het evangelie is het beeld van iemand die waakzaam is. Hij is ook degene die zorg draagt voor de mensen die in huis een taak hebben. Met de huisbewaarder kan zowel ons, maar ook de kerkgemeenschap bedoeld worden. Ieder van ons kan afzonderlijk waakzaam zijn. In deze ene Persoon worden alle christenen aangesproken. Een huisbewaarder bewaart niet zijn eigen bezit, maar dat wat aan Hem is toevertrouwd. Ook wij bouwen niet aan ons rijk maar aan het rijk van God.

Misschien kunnen we juist iets speciaals doen om ons geloof te versterken zodat deze Adventstijd een sterke tijd wordt in ons leven. Zo kan de Adventstijd een betekenisvolle tijd gaan worden die je niet zomaar voorbij loopt.

Kerstmis vraagt voorbereiding omdat God iets groots doet. Hij komt in de wereld, en kondigt de effectieve verlossing van de wereld aan; de wereld die zichzelf niet kan verlossen. Het laat ook Gods liefde zien. God houdt zoveel van ons dat Hij Zijn eigen Zoon naar ons zendt en geboren laat worden als een klein kindje.
Verwachtingsvol uitkijken zoals de huisbeheerder, met in ons achterhoofd de tweede komst van Christus op het einde der tijden. “Hoopvol wachtend op de komst van de Heer”, bidden we bij het Onze Vader, hoopvol wachten.

We hebben afgelopen zondag het verhaal al gehoord over het laatste oordeel. In dit seizoen van de Advent leren we hoe we ons voor kunnen bereiden, en in de liturgie uiten we ons verlangen naar de komst van het Koninkrijk. Het is een seizoen waarin die woorden in het Onze Vader, “Uw koninkrijk kome”, belangrijk zijn.
In het evangelie van vandaag zegt Jezus ons dat we op onze hoede moeten zijn. We moeten ons nu klaar maken voor de dag van Zijn komst, omdat we niet weten wanneer Hij zal komen. Wat we wel weten is, dat Hij zeker zal komen en dat we ons moeten voorbereiden om gereed te zijn om Hem te begroeten. Hier, in ons aardse leven, kun je Hem in je leven toelaten om met Hem te leven en om Hem geboren te laten worden. We moeten in ons hart plaats maken, zodat Hij onze gedachten stuurt en wat we in ons handelen en spreken tot uitdrukking brengen. En we moeten weten dat we Hem op het einde van ons leven zullen ontmoeten.

Ons op Zijn komst voorbereiden is niet iets wat we kunnen uitstellen tot morgen. Dan is het gevaar dat we het zo laten. Onze morele tekortkomingen moeten aangepakt worden. Om daar goed zicht op te hebben kunnen we zo nu en dan een tijd van bezinning hebben. Dit is een concrete uitdrukking van waakzaam zijn.
We kunnen Paulus dankbaar zijn voor alles wat we gekregen hebben, “rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis”, zoals hij zegt. God houdt van ons, Hij houdt ons vast en is iedereen trouw tot de laatste dag.

20 november 2011: Feest van Christus Koning

We horen vaak de uitdrukking: “Hij leeft als een koning”. We bedoelen dan dat hij leeft in weelde en luxe. Hij is niet begaan met de noden van anderen, namelijk de armen. Maar dit is niet de manier waarop mensen denken over koningen in de tijd van het Oude Testament.

In deze tijd stellen mensen vragen over de rol van het koningshuis. Ook in de politiek: Moet de koning of koningin nog wel bij de formatie betrokken worden als er een nieuwe regering wordt gevormd? Is men automatisch geschikt als koning omdat we erfopvolging kennen? Een moderne constitutionele monarchie is heel iets anders dan een echte oude stijl koning met een hoofdletter K.

Het woord “koning” komt heel vaak voor in het Oude Testament, wel meer dan 2.500 keer. In die dagen hadden de mensen een hoge verwachting van een koning en een groot deel van hun koningen was ook goed. Psalm 72 zegt het treffend als het gaat om een koning:

2.” Rechtvaardig zal hij uw volk besturen en opkomen voor het recht van de armen”.
4.” Hij komt op voor de armen van zijn volk; hij zal de misdeelden redden, maar elke tiran vermorzelen.”
13.” Wie achtergesteld zijn, toont hij erbarmen, wie zwak en onderdrukt is, redt hij het leven.”
14.” Hij koopt hen vrij uit slavernij en geweld, want kostbaar is hun bloed in zijn ogen.”

Deze psalm gaat over een goede koning, slechte koningen waren er ook in overvloed, maar ze krijgen minder aandacht. De mensen keken op naar de goede koning voor bescherming, voor rechtvaardigheid, voor de eerlijkheid en bovenal om genade.

Kijken we naar de eerste lezing dan is het duidelijk dat de Heer Zijn kudde beschermt en zorg draagt voor Zijn kudde. Dit is hoe het is in het Koninkrijk van God, de Heer zorgt liefdevol voor Zijn kudde. Hij brengt de zwerfdieren terug en verbindt de zwakken. Aardse koningen, zelfs zeer goede, zijn maar een bleke imitatie van de aard van de Koning de Heer is Herder.

In de nieuwe parochie hebben wij bij het kiezen van de naam “De goede Herder” ook nagedacht over de naam “Christus Koning”. We wilden namelijk een naam die iets essentieels uitdrukt. Iets van Christus zelf.
Zo kun je vandaag nadenken over de vraag of Jezus mijn Koning in mijn leven is. De Koning van mijn hart. Hij is de echte Koning in de wereld: Degene die ons begeleidt, bewaakt, geneest en van ons houdt.
Als Hij aan het einde van de wereld in al Zijn glorie komt en de ware omvang van Zijn koningschap bekend wordt gemaakt, dan lezen we dat alle volkeren Hem zullen prijzen. Maar dan, op dat moment van glorie, zal iets anders worden geopenbaard, namelijk het Evangelie van vandaag. Hoewel Christus de Koning der koningen en de Heer der heren is, is Hij tevens ook de zwakste van de zwakken en het laagste van het laagste.

Dit is het paradoxale van het evangelie. In dit verhaal wordt bewezen dat Hij God is en dat de Hoge Koning van de Hemel laag wordt voor ons. Dat Hij, die aanbeden wordt door alles wat leeft en ademt, het meest veracht wordt van ons allemaal. Hij sterft in schande aan het kruis van Golgotha met de roep van de mensen, die echoën door de eeuwen heen: “Kruisig Hem, kruisig Hem!”

Hij is Degene die onze beschermheer is. Een God die zich vermomt als de armste van de armen. Een God die Zichzelf iedere dag aan ons presenteert als Iemand die honger heeft, dorstig, een vreemdeling, naakt of ziek is, of gevangen is gezet. Hij is inderdaad een God die ons uitdaagt. Die uitdagingen zijn onze naastenliefde, ons geduld, onze liefde. Zo komt Christus tot ons. Zo kunnen we Hem ontmoeten. In deze tijd zijn we bezorgd dat bijvoorbeeld jonge mensen zich verliezen in alleen het wereldse. We zijn bang dat ze zullen opgroeien zonder te weten wie Christus is. We zijn bang dat ze teveel beïnvloed worden door de geest van onze tijd, die volledig onverschillig is tegenover de religieuze dimensie van het menselijk leven.

Zijn deze angsten niet een gebrek aan geloof? Als wij getuigenis afleggen waarom wij in God geloven en naar de Kerk gaan, zien de onverschilligen ook in ons gedrag dat hiermee in overeenstemming is. In de vragen “Wanneer hebben we u eenzaam gezien, etc. “ hebben ze al hun antwoord ontvangen.

We gaan we naar de kerk om de juiste reden; namelijk omdat we ons Christelijk geloof serieus nemen en ook de woorden van het Evangelie ter harte nemen. We zien Christus als onze Koning, met respect voor de armen en door het spreken van de waarheid in liefde.

Dit zal ook jonge mensen inspireren om met het idealisme om er iets goeds mee te doen. Dit kan door authentiek te leven, zoals het past bij je leven.

Wees zeker van je eigen motieven. Zorg ervoor dat je goede motieven hebt. Zorg ervoor dat je jouw idealen en ambities kunt realiseren op een integere en eerlijke manier.

Dan kun je lof en eer en glorie geven aan Christus, die onze Koning is.

13 november 2011: talenten - God dienen - geen kip!

Broeders en zusters, De talenten (waarover het gaat in het Evangelie van vandaag) zijn de gaven die iedereen bij de geboorte heeft meegekregen. Ieder heeft zijn gaven, zijn talenten. Een talent ontvangt men niet voor zichzelf alleen, elk talent, elke gave is ook een opgave. We mogen, neen moeten, er iets mee doen, iets positiefs. Ieder zal – als men straks voor God staat – rekenschap moeten afleggen; God zal vragen: “Wat heb je met je gaven, je talenten gedaan?” God zal na de dood aan ons vragen: “Heb je met je talenten gewoekerd? Of heb je er niets mee gedaan, heb je ze opgeborgen, begraven, verborgen in je hart?” Wat ons antwoord ‘dan’ zal zijn, ligt ‘nu’ in onze handen. Dit ‘nu’ duurt zolang we leven. Of we het nu graag horen of niet, eens komt de dag dat we voor God zullen verschijnen. Dan wordt het ‘boekske’ van ons leven dicht gedaan, dan worden wij geoordeeld naar onze daden die ‘in’ dat boekske staan. Laten we elkaar wel goed verstaan! Dit Evangelie wil ons niet bang maken. Het Evangelie van vandaag nodigt ons uit en wil ons eraan herinneren dat we geroepen zijn te kiezen voor God. In God ligt ons geluk, onze vrede, onze vreugde en ons leven. Het Evangelie wil ons toch wijzen op de ernst van het leven.

Beste mensen, nog iets belangrijks. Talenten is één ding, daar kunnen we iets mee doen, daar kunnen we de wereld mee verbeteren. Toch is de fundamentele vraag: “Heb ik mij, met mijn mogelijkheden en grenzen, in dienst gesteld van de liefde?” En dan gaat het over de liefde tot de naaste én de liefde tot God! Want dáár gaat het om: goed zijn is één ding, maar het gaat ook om God dienen, Gods-dienst! Dat is de rode draad in heel de Bijbel: de naaste én God (de lieve God wordt wel eens vergeten). Het is bij de Heer niet te doen om de talenten op zich. Het Evangelie is niet alleen bedoeld om zich in te spannen voor een beter wereld, hier beneden. Natuurlijk, sociale rechtvaardigheid en broederlijkheid ís belangrijk, maar het is niet de rode draad in de Bijbel. Waar de Bijbel, en bijzonder het Evangelie, ons op wijst, is dat we allemaal geroepen zijn om ons in te zetten in dienst van God: boven alles God liefhebben. Dat betekent dat we regelmatig naar boven moeten kijken. Naar boven kijken… oftewel: bidden, God zoeken.

Ik heb nog een leuk verhaal om dat te illustreren. Er was eens een jongen op een boerderij die een ei vond. Omdat hij het verschil niet kende tussen dat ei en een kippenei, dacht hij dat het een kippenei was. Dus legde hij het ei bij de kippen. Maar, eigenlijk was het een ei van een arend. Wanneer het ei uitgebroed is, denkt het jonge arendje dat het een kip is, omdat hij omringd is door kippen. Het arendje begint op het erf te pikken als een kip, alle dagen. Het doet wat het moet doen, als een kip. Op een dag kijkt de arend omhoog naar de hemel en hij ziet de prachtigste wolken en daar vliegen allerlei prachtige vogels, ze zweven op de wolken, ze lijken wel te bidden. “Wat zijn dat?” vraagt de arend aan een van de kippen. “Dat is een arend” krijgt hij als antwoord. “Goh, wat zou ik graag een arend willen zijn!” zegt hij. “Wel, maat, ge zijt een kieken, dus doe maar normaal, kijk naar beneden en doe niet zo stom!” zegt een andere kip. Als de jaren verstrijken, blijft de arend denken dat hij een kip is en hij doet wat hij moet doen: graantjes pikken, wat rondlopen, naar beneden kijken. Af en toe kijkt hij omhoog, naar de arenden die zweven en omhoog kijken, bidden. Maar, o ramp, niemand zegt hem dat hij een arend is. Om de zoveel tijd kijkt hij omhoog en droomt van de prachtigste dingen die hij zou kunnen zien en doen als arend. Op het eind sterft hij en gaat naar de Hemel en hij komt Jezus tegen. De Heer Jezus zegt: “Mijn zoon, Ik heb zo graag gewild dat ge zoudt worden wat Ik van u gedroomd heb. Had toch eens wat meer naar boven gekeken, dan zoudt ge ontdekt hebben dat ge tot grootse dingen geroepen waart.”

Broeders en zusters, De arend ontdekt véél te laat dat hij geen kip is, hij ontdekt te laat dat hij geroepen is tot grootse dingen. Wij zijn geen kippen. De kippen in ons leven zijn misschien medemensen, onze omgeving en vooral de publieke opinie. Als we ons hoofd oprichten en boven het maaiveld uitsteken, dan gaat het er af: tjak. Vele medemensen gedragen zich als een kop en zeggen ons precies hoe we moeten leven: dat we ‘gewoon’ moeten doen, dat we (natuurlijk) onze talenten moeten gebruiken. Maar naar boven kijken, God dienen en bidden? Dat is in onze tijd niet nodig, zeggen ze; dat is tijdverspilling. “Ben je nog katholiek, geloof je nog in God?”Kijk vooral naar beneden, verdien met je talenten veel geld en koop wat je maar wilt.” Maar… eigenlijk is dat eenzijdig. Naast onze talenten zijn we geroepen om God te dienen.

Broeders en zusters, Het heeft weinig belang te weten op welke dag we voor de Heer zullen staan. Als kinderen van het licht leven wij voortdurend in de volle dag, zoals Paulus zegt: “Gij zijt allen kinderen van het licht, kinderen van de dag”. Oftewel, je bent geen kip! “Wij behoren niet aan nacht en duisternis. Laten we dan ook niet slapen als de anderen, maar waken en nuchter zijn.” Zo zullen wij niet verrast worden, we zullen met Gods hulp onze vleugels uitslaan, onze talenten ontwikkelen en… leren vliegen. Zo zullen we onze medemensen en God beminnen en dankzij de Heer, die ons van binnentuit inspireert, van ons leven iets moois maken. Amen.

6 november 2011: Doomsday?

Er gebeurt van alles in onze Kerk en de wereld. Vele mensen vragen zich terecht af: “Waar gaat dit allemaal heen, wat zal de toekomst brengen?” Begin dit jaar was er een dominee in Amerika die voorspelde dat het einde der tijden, doomsday, zou zijn op 21 mei. Het is niet gebeurd. Hij maakte er 21 oktober van, deze dag is ook rustig verlopen. Natuurlijk is het een charlatan, maar hij heeft wel gelijk dat er een doomsday is. Eens komt er een einde aan alle dingen, er is een wederkomst van de Heer die een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen.
Dat perspectief is in onze tijd verloren gegaan. Vele mensen leven in het perspectief van de grote geschiedenis: het universum ontstond 13,7 miljard jaar geleden en misschien zal de zon over zoveel miljoen jaren uitdoven. Christenen ontkennen dat perspectief niet, maar zeggen wel dat er binnen die grote geschiedenis een kleine geschiedenis is, een heilsgeschiedenis. En die wordt niet gemeten in miljarden of miljoenen jaren, maar in enkele duizenden jaren. De heilsgeschiedenis begon toen God 4000 jaar geleden de gevallen mensheid de hand reikte in Abraham. God sprak tot Abraham: “In jouw nageslacht zullen alle volkeren gezegend worden” (Gen.22,18). En zo’n 2000 jaar geleden is gebeurd wat God aan Abraham voorspelde: Jezus werd geboren, God werd mens. En daardoor werd heel het menszijn vernieuwd en werden wij meegetrokken in een Goddelijke waardigheid, een eeuwige toekomst werd voor ons geopend. En die heilsgeschiedenis zal ten einde zijn als die verlossing van Jezus, op het Kruis begonnen in de tijd en de geschiedenis, de hele aarde zal hebben bereikt en doordrongen. Op het einde zal de Vrouw de kop van de slang verpletteren (Gen.3,15) en de Heer zal wederkomen.
Gelovige Christenen vragen zich terecht af: “Hoever zijn we nu in de geschiedenis van de mensheid? Hoever zijn we in die heilsgeschiedenis?” Sommigen denken: “Mogen we die vraag wel stellen, de mens kent dag noch uur” (Mt.24,36). Dat is waar, maar Jezus zegt ook: “Ge moet de tekenen van de tijd duiden”. Hij verplicht ons ook, Hij zegt tegen de omstanders: “Jullie kunnen wel zeggen als de wind uit het zuiden waait: het wordt gloeiend heet, en als de wolken uit het westen komen: het gaat regenen. Huichelaars! Kunt ge dan niet de tekenen van de tijd verstaan?” (Lc.12,54-56). En de Heer geeft zelfs aanwijzingen voor die tekenen: “Er zullen altijd rampen en oorlogen zijn.” Hij zegt: “dat moet voorafgaan”, maar als dat alles in intensiteit toeneemt, “als ge hoort van rampen en oorlogen en ziekten en plagen, dan hier, dan daar, als dat alles gebeurt, heft uw hoofden omhoog want uw redding is nabij. Het zijn de tekenen dat uw verlossing nabij komt” (Lc.21). Onze cultuur die wereldwijd is, is steeds meer afgeweken van God en Zijn gerechtigheid. Kan onze cultuur stand houden zonder God? Gelukkig heeft God ons een geneesmiddel gegeven. De laatste eeuwen heeft God ons Maria gegeven, denk maar aan o.a. Guadalupe, Lourdes, Fatima, Banneux, Medjugorje. Enerzijds wordt de wereld omhangen met een valse geest die zich in allerlei vormen doordringt, heel langzaam, heel geraffineerd. We zien het in de laatste decennia. Anderzijds biedt Maria de oplossing, Zij is de remedie voor de grote kwalen van deze tijd.
Wat kunnen we doen? Maria leert ons meer te bidden, ons bekeren, ons verzoenen met God en elkaar, de Sacramenten ontvangen. Dan zal Gods Geest komen over onze wereld. Laten wij, Christenen, deze Blijde Boodschap uitdragen in deze tijd. Besef wel dat er velen zijn die deze Boodschap van God en de komst van Gods Rijk willen verhinderen en die – schrik niet – Maria haten. Als de gist van de tegenstander van God in een mens gaat leven, dan haat hij op een irrationele wijze de Kerk en Maria. We hebben het gezien in het Communisme. Stalin nam in het midden van de Tweede Wereldoorlog de grootste en belangrijkste Maria-icoon van Rusland en liet die uit een vliegtuig neerstorten op Moskou. Het had geen enkele zin, het was uit pure haat tegen de Kerk en Maria. Dichterbij heeft de Engelse BBC besloten om niet meer te spreken over ‘voor- of na Christus’, maar te spreken over ‘before common era – voor onze jaartelling’ of ‘common era – huidige tijdperk’. Soms is er een irrationele afkeer van Christus, de Kerk en Maria.
Toch leven we in een tijd dat God het meesterstuk van zijn handen – Maria – wil ontsluieren. Zij was de weg waarlangs Jezus de eerste keer tot ons kwam, Zij is de weg waarlangs de Heer nog steeds komt. Maria is de meest rechte en makkelijke weg om tot Jezus te gaan. Zoek Maria en je zult Jezus vinden! Ik weet niet of u de legende kent van het herdertje van Bethlehem? Het gaat over de herders die, toen ze het bericht van de geboorte van Jezus hadden gekregen, zich haastten om de Heer te gaan opzoeken. Allen droegen een geschenk mee: wol, melk, lammetjes, geitjes en andere praktische dingetjes die een jong gezinnetje nodig heeft. Ze vertrokken, maar Shamir, 16 jaar, wilde niet meegaan. Hij had niets om als geschenk mee te nemen en aan te bieden. De andere herders boden hem dingetjes aan om te dragen, maar Shamir nam ze niet aan: “Neen, dat is niet iets van mij persoonlijk. Ik ga niet mee, ik kan niet mee”. De grootmoeder van Shamir overtuigde hem om zich bij de anderen aan te sluiten. Shamir, na veel vijven en zessen, ging mee. Bij de grot gekomen wilden de herders hun gaven in de handen van Maria leggen, maar Zij had Jezus in haar armen. Toen zag Maria Shamir die niets in zijn handen had. Zij riep hem en zei: “Gij die niets hebt, neem Jezus in uw armen en breng Hem bij allen”. Zo gebeurde het.
Zo gebeurt ook met ons als we ons weten te ontdoen van onszelf, van al wat de ontmoeting met de Heer in de weg zit, en naar Maria gaan. Zij zal ons Jezus geven die we kunnen doorgeven aan onze medemensen. Want als we Hem hebben, hebben we alles, ook de toekomst én de eeuwigheid.

23 oktober 2011: Bemin God en je naaste

Liefde en geboden, ze zijn maar moeilijk op één lijn te krijgen. We ervaren enerzijds wetten, regels, en geboden als iets dat ons opgelegd wordt en daar houden we niet van, en anderzijds ervaren we liefde als iets vanzelfsprekends. Liefde ervaren we als authentiek, eerlijk, persoonlijk. Als we aan liefde denken dan denken we o.a. aan genegenheid, gevoel, betrokkenheid tot elkaar, gemeenschap, vrijheid, aan vuur, aan verliefdheid, aan bruid en bruidegom, aan iets voor elkaar over hebben. We denken hierbij beslist niet aan geboden.

Daarentegen ervaren we wetten, geboden en regels, als algemeen geldend, onpersoonlijk, als een beperking van vrijheid. Ook als het om kerkelijke regels gaat. Zelf denk ik dat we daar in het verleden eenzijdig de nadruk op hebben ervaren waardoor er nu een weerstand is ontstaan. Om uit die weerstand te komen is het belangrijk te weten welk doel een regel beoogt en wat of wie een regel wil beschermen; anders gezegd: te kijken naar de essentie.

Het is een wetgeleerde die Jezus - om Hem op de proef te stellen - de vraag stelt naar het voornaamste gebod. In het antwoord van Jezus ligt in het voornaamste gebod de verbinding tussen de wet en de liefde. Liefde is hier iets anders dan verliefd op iemand zijn. Het is méér dan een gevoel. Gevoelens komen en gaan. Je kunt niet t.o.v. iedereen liefdevolle gevoelens hebben. Je kunt zeker niet op iedereen verliefd worden. Dat wordt ook niet gevraagd. Niemand kan op commando liefdevolle gevoelens hebben. Jezus spreekt dan ook niet over emoties en gevoelens. Hij weet immers hoe wispelturig gevoelens zijn. Liefde is hier meer een keuze, dan een gevoel.

Het gebod om van God te houden is uit het oude testament (Deuteronomium 6:5); het is een tekst die Joden vaak op hun eigen lichaam dragen en boven de deurpost hangen; dus niets nieuws. Ook het gebod om de naaste lief te hebben is bij de Joden bekend (Leviticus 19:18). De verbinding echter is nieuw, want het dubbele gebod van de liefde is ook een antwoord van hetgeen Lucas beschrijft op de vraag: “Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” (Lucas 10)

Wat nieuw is, is dat Jezus deze onafscheidelijk van elkaar maakt.
Het eerste gebod gaat over de liefde t.o.v. God. Vollediger kan Hij het niet zeggen: “Gij zult de Heer u God beminnen met heel uw hart, heel uw ziel, en heel uw verstand. Wat betekent dit?

- Door alleen kennis op te doen over God leef je nog niet goed. Met je verstand van God houden en mooie gedachten over God hebben, is maar één aspect. (Kennis hadden de farizeeën ook).

- Alleen een warm gevoel hebben is niet voldoende, nee je dient met je hart betrokken te zijn.

- Alleen een relatie op spiritueel vlak hebben is niet voldoende; je dient met je ziel bij God te zijn, in gebed en meditatie. Het gaat dus om je hele persoon.

Samengevat: met heel je persoon van God houden en daar geen grenzen aan stellen waardoor je zo volledig mogelijk - zowel in de hoogte als in de diepte – de band met God kunt beleven.

Het tweede gebod hoort erbij, niet als een bijvoegsel of als een bijlage, maar als een gelijkwaardig gebod. Er is echter een risico dat we eenzijdig zijn en dat we het ene gebod wél onderhouden maar het andere maar half of niet. Hiermee bedoel ik dat we misschien wél in gebed zijn en een gelovige relatie met God hebben, maar niet voor de naaste zorgen. Het is echter niet óf het een óf het ander, maar …….én het één én het ander.

- Ik ben zo dikwijls aan het bidden, besteed tijd aan meditatie en aanbidding, aan het lezen in de H. schrift, welke allemaal uitdrukkingen zijn van een liefde voor God, is dus niet voldoende. Ook iemand die in een contemplatief klooster is ingetreden of een contemplatief leven leidt kan niet zeggen: “ik leef voor God alleen.” Misschien is van God houden wel makkelijker dan van mensen houden omdat je je kunt irriteren aan degenen die bij je in de buurt zijn, je teleurgesteld kunt zijn, of schrik voor de ander kunt hebben. Maar ………de liefde voor mensen komt op tweede plaats!

De andere eenzijdigheid is:
- Ik doe toch heel veel voor de mensen, ik sta altijd voor ze klaar; ik zet mij in voor de ander en dat is een uitdrukking van liefde. Voor God heb ik weinig tijd.

Deze twee, God en je naaste, moeten in een nieuw evenwicht gebracht worden. God beminnen en de naaste, ze horen bij elkaar; niet zijdelings maar in de volledige diepe liefde van de hele persoon. Bij het lezen van de H. Schrift valt het mij iedere keer weer op dat het veel meer gaat om hoeveel God van ons houdt. Immers God heeft ons het eerste liefgehad.

Tenslotte wil ik een korte samenvatting geven die past bij dit evangelie. Het zou een dobbelsteen van 6 kanten kunnen zijn met “opdrachten” betreffende de liefde:

1. Ik bemin God in de ander.
2. We beminnen elkaar.
3. Ik bemin iedereen, ook mijn vijand.
4. Ik maak mij één met de ander.
5. Ik bemin God.
6. Ik moet als eerste beminnen.